RT

Gravad lax maken: gezouten zalm zonder rook

Zalmfilet met zout en suiker bedekt

Gravad lax is de Scandinavische neef van gerookte zalm: dezelfde vis, dezelfde zoutbehandeling, maar zonder rook. De naam betekent letterlijk begraven zalm, naar de oude gewoonte om de vis in het zand boven de vloedlijn te leggen om te fermenteren. Tegenwoordig doen we dat in de koelkast, en het resultaat is zijdezacht, fris en verrassend eenvoudig te maken. Voor wie een rookton heeft, is het bovendien de ideale oefening voor de zoutstap.

Gezouten zalmfilet met dille

Waarom het in dit rijtje thuishoort

Bij koud gerookte zalm doet het zout het conserverende werk en geeft de rook de smaak. Haal je de rook weg, dan houd je precies de helft van het proces over, en die helft is nu juist de helft die het vaakst misgaat. Wie gravad lax een keer goed maakt, weet daarna precies hoe zout aanvoelt, hoe de structuur verandert en hoe lang het duurt. Die kennis neem je een-op-een mee naar de rookton.

Er is nog een praktisch argument: gravad lax kan het hele jaar door, ook in augustus als koud roken onmogelijk is. Je hebt geen vuur, geen rookmot en geen ton nodig, alleen een koelkast en drie dagen geduld.

Gravad lax in dunne plakken

De basis

  • Neem een staartstuk of middenstuk zalm met vel, ontgraat, van 500 gram tot een hele zijde.
  • Meng gelijke delen grof zout en suiker: bijvoorbeeld 60 gram van elk voor 500 gram vis.
  • Voeg een royale bos fijngesneden dille toe en een eetlepel grof gemalen witte peper.
  • Leg de vis met het vel naar beneden in een schaal, bedek hem volledig met het mengsel en dek af met folie.
  • Leg er gewicht op: een plank met een paar conservenblikken, of een tweede schaal met water erin.
  • Zet drie dagen in de koelkast en keer de vis elke twaalf uur om.

Er komt in die dagen flink wat vocht vrij; dat hoort zo. Sommigen gieten het weg, anderen laten de vis erin liggen zodat er een pekel ontstaat. Beide werken. Wat wel moet: de vis blijft koud, en het gewicht blijft erop, want dat drukt het vocht eruit en zorgt voor de stevige, snijdbare structuur.

Verhoudingen aanpassen

Meer zout dan suiker geeft een zoutere, steviger vis die langer houdbaar is. Meer suiker dan zout geeft een zachtere, zoetere vis die dichter bij het moderne restaurantniveau ligt. Gelijke delen is de klassieke middenweg. Speel er gerust mee, maar houd de totale hoeveelheid rond de 20 tot 25 procent van het visgewicht; minder is niet veilig, meer wordt oneetbaar.

De tijd is de tweede knop. Twee dagen geeft een zachte, bijna rauwe vis; vier dagen geeft een stevige, uitgesproken gezouten vis. Voor een dun staartstuk is twee dagen genoeg, voor een dikke zijde reken je op drie tot vier.

Variaties

Dille is klassiek maar niet verplicht. Citroen- of sinaasappelrasp geeft frisheid, gekneusde jeneverbessen geven een gin-achtige toon, en een scheutje aquavit, wodka of gin over de vis voordat het zout erop gaat is traditioneel. Rode biet, geraspt door het zoutmengsel, kleurt de buitenrand dieprood en geeft een aardse smaak; dat is de variant die je in restaurants ziet.

Wees terughoudend met sterke kruiden zoals venkelzaad of steranijs. Zalm is subtiel, en anders dan bij rook zit er hier geen tweede smaaklaag die het in balans houdt.

Veiligheid

Gravad lax wordt rauw gegeten. Net als bij koud gerookte zalm geldt daarom dat de vis vooraf ingevroren hoort te zijn geweest, minstens 24 uur op min 20 graden in de kern, tegen parasieten. Vraag bij de visboer of de vis al ingevroren is geweest, of doe het zelf voordat je begint.

En hetzelfde voorbehoud als bij koud gerookte vis: zwangeren, jonge kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand kunnen rauwe, gezouten vis beter laten staan. Bewaar de vis maximaal een week in de koelkast, strak verpakt, en snijd hem pas af als je hem eet.

Snijden en serveren

Snijd met een lang, dun mes in een vlakke hoek van het vel af, in flinterdunne plakken, net als bij koud gerookte zalm. Spoel het zout er van tevoren af en dep de vis droog; laat het kruidenlaagje eventueel zitten voor het uiterlijk. Klassiek serveer je hem met roggebrood en hovmästarsås, een zoetzure mosterd-dillesaus.

Wil je diezelfde zoutbehandeling daarna met rook combineren, dan lees je in ons artikel over zalm roken hoe dat verdergaat, en in dit stuk over koud roken wanneer dat in Nederland verantwoord kan. De verhoudingen achter het zouten staan in dit artikel over pekelen.

Wanneer is hij klaar?

Je ziet en voelt het. Rauwe zalm is slap en glanzend doorschijnend; gravad lax is stevig, veert terug als je erop drukt en heeft een dieper, matter oranje. Druk met een vinger op het dikste deel: geeft het nog mee als rauwe vis, dan heeft hij langer nodig. Voelt het als een stevige, gare zalm, dan is hij klaar. De randen zijn altijd verder dan het midden, dus oordeel op het dikste punt.

Is de vis te zout geworden, dan kun je hem een uur in koud water leggen en daarna droogdeppen; er trekt dan zout terug naar buiten. Dat redt niet alles, maar het scheelt. Andersom kan ook: is hij na drie dagen nog te slap, leg het zoutmengsel er dan opnieuw op en geef hem twaalf uur extra. Dit is het prettige aan gravad lax vergeleken met roken: je kunt onderweg nog bijsturen.

Op rookton.com vind je verder een artikel over kruiden bij zalm en een stuk over welke zalm je koopt.

Misschien vind je dit ook leuk ...