Een trap in een woning en een trap in een bedrijfshal lijken op elkaar, maar ze vallen onder een ander regime. Bij een woning gaat het om bouwregelgeving; bij een werkplek komt daar de arbeidsomstandighedenwetgeving bij, en bij een vluchtroute nog een derde set eisen. Dat maakt de keuze minder vrij dan bij een huistrap, en het betekent ook dat een fout duurder is: een afgekeurde trap moet vervangen, niet aangepast. Hieronder wat er in de praktijk speelt.

Vaste trap, ladder of kooiladder
De eerste vraag is welk type toegang past bij het gebruik. De vuistregel uit de arbowetgeving is dat je kiest voor de veiligste voorziening die redelijkerwijs mogelijk is. Voor een plek waar dagelijks mensen komen, of waar je met gereedschap of materiaal naartoe moet, is dat een vaste trap met leuning. Een ladder of kooiladder is alleen verdedigbaar voor plekken die zelden worden betreden, bijvoorbeeld een dak voor onderhoud een paar keer per jaar.
Het onderscheid zit vooral in de hellinghoek. Een gewone trap loopt tot ongeveer 45 graden. Daarboven spreek je van een steektrap of scheepstrap, waar je nog wel voorwaarts kunt aflopen maar met de hand aan de leuning. Boven de zeventig graden is het een ladder en loop je met de rug naar de ruimte naar beneden. Elke stap steiler is een stap onveiliger, en dat weegt zwaar in een omgeving waar mensen met volle handen lopen.

Wat een werktrap in de praktijk nodig heeft
- Leuning aan beide zijden bij een vrijstaande trap, en aan de open zijde altijd een leuning plus een kniehoge tussenregel.
- Een schoprand langs bordessen en open zijden, zodat gereedschap er niet af kan vallen op iemand die eronder loopt.
- Antislip op de treden: roostertreden of traanplaat, en op een buitentrap bij voorkeur roosterwerk dat niet dichtvriest.
- Een bordes bij elke richtingverandering, en bij hoge trappen een tussenbordes zodat een val nooit over de volle hoogte gaat.
- Voldoende vrije breedte voor het gebruik: een trap waarover twee mensen elkaar moeten passeren of waarover materiaal gaat, is breder dan het minimum.
- Een bordes voor een deur die op de trap uitkomt. Een deur die direct boven de eerste trede opengaat, is een klassieke ontwerpfout.
Vluchtroutes
Als de trap deel uitmaakt van een vluchtroute, gelden er aanvullende eisen: aan de breedte, aan de brandwerendheid van de constructie en de omgeving, aan de vluchtrichting en aan de verlichting. Die eisen hangen samen met het aantal personen dat er in geval van nood langs moet en met de gebruiksfunctie van het gebouw. Ze staan in de bouwregelgeving en worden bij oplevering getoetst.
Belangrijk om te weten: staal is onbrandbaar maar niet brandwerend. Bij hoge temperaturen verliest staal snel sterkte, en een onbeschermde stalen constructie kan bij brand binnen korte tijd bezwijken. Waar brandwerendheid vereist is, wordt de constructie daarom bekleed of behandeld met een opschuimende coating. Dit is bij uitstek het punt waarop je niet moet varen op wat gebruikelijk is, maar op wat de brandveiligheidsadviseur of de gemeente in jouw geval voorschrijft.
Belasting en keuring
Een trap in een bedrijfsomgeving wordt zwaarder belast dan een huistrap: meer mensen, meer gewicht, soms rolcontainers. De ontwerpbelasting voor vloeren en trappen in een werkomgeving ligt daarom hoger dan in een woonfunctie, en dat vertaalt zich in dikker materiaal en zwaardere verankering. Vraag de leverancier op welke belasting is gerekend, en laat dat vastleggen. Bij oplevering hoort een verklaring waarin staat wat er is gemaakt en volgens welke uitgangspunten.
Neem daarnaast onderhoud op in het plan. Een werktrap wordt intensief gebruikt; bouten kunnen loslopen, antislip slijt en een coating beschadigt. Een jaarlijkse visuele controle op verankering, lasnaden, leuningbevestiging en treden kost weinig en is precies waar een inspecteur naar vraagt. Voor buitentrappen komt de behandeling tegen corrosie erbij, waarover we schreven in ons artikel over stalen trappen voor buiten.
De regelgeving hierboven is een schets van waar je op moet letten en geen volledige opsomming; welke eisen precies gelden hangt af van de gebruiksfunctie, het aantal personen en of het om nieuwbouw of een bestaande situatie gaat. Laat het bij een bedrijfspand toetsen door de constructeur of de gemeente. Over het traject van ontwerp tot plaatsing schreven we in dit artikel over een stalen trap laten maken en in dit stuk over installeren.
Montage in een draaiend bedrijf
Een trap in een bestaande hal plaatsen is iets anders dan een trap in een lege nieuwbouw zetten. De hal draait door, er rijden heftrucks, en er mag geen weken durende bouwput ontstaan. Dat pleit ervoor om zo veel mogelijk in de werkplaats af te maken en de trap in twee of drie grote delen aan te leveren, die met een verreiker of een kleine kraan op hun plek worden gezet en ter plekke alleen worden gebout.
Plan het boren van de vloerankers als aparte stap, want daar komt stof bij vrij en soms moet er wapening worden opgezocht. Spreek af wie de omgeving afzet en wie de vloer beschermt. En check vooraf de rijroute naar binnen: een trapdeel van vier meter past niet altijd om de hoek van een gang, en dat is het soort verrassing dat een montagedag kost.
Werk je met een aannemer, laat dan expliciet vastleggen wie de vloerverankering levert en controleert. Dat is bij bedrijfstrappen de post die het vaakst tussen partijen in valt, terwijl het juist het onderdeel is waar de veiligheid van de hele constructie op rust.
Op metalentrap.nl vind je verder een artikel over stalen trappen voor een bedrijfshal en een stuk over industriƫle toepassingen.
