De wanden van een box krijgen de meeste aandacht, maar het is de bodem waar een dier op staat, ligt en mest. Een bodem die water niet kwijt kan, is de oorzaak van natte benen, ammoniak, schimmel en vroegtijdige slijtage van alles wat erop staat. Bij paarden, kalveren en honden speelt dat op verschillende manieren, maar de principes zijn hetzelfde. Hieronder wat er onder een dier hoort te zitten.

Waar een bodem aan moet voldoen
Een goede bodem doet vier dingen tegelijk. Hij draagt het gewicht zonder te verzakken. Hij laat vocht weg of houdt het geconcentreerd op één plek. Hij geeft grip, ook als hij nat is. En hij is schoon te maken zonder dat je hem stukmaakt. Die vier eisen botsen deels met elkaar, en daarom bestaat er geen bodem die overal het beste is.
Wat er verder meespeelt is comfort. Een paard ligt gemiddeld twee tot vier uur per etmaal, en een deel daarvan plat op zijn zij; dat kan alleen op een ondergrond die niet te hard is. Kalveren liggen aanzienlijk langer, tot achttien uur per dag. Voor honden geldt dat een koude betonvloer om te liggen niet volstaat, hoe schoon hij ook is.

Beton, rubber of zand
- Beton is de standaard: sterk, schoon te maken en met afschot goed af te werken. Maar het is hard en koud, dus er moet altijd iets bovenop.
- Rubbermatten op beton geven isolatie en demping, verminderen de hoeveelheid strooisel die je nodig hebt en zijn af te spuiten. Ze moeten wel goed aansluiten, want vocht dat eronder kruipt komt er niet meer uit.
- Zand of gestabiliseerd zand is zacht en drainerend, maar lastig schoon te houden en bij paarden een risico op zandkoliek als er op de bodem gegeten wordt.
- Stelconplaten of klinkers zijn praktisch voor gangpaden en kennelvloeren, maar de voegen houden vuil vast.
- Roosters zijn in de veehouderij gebruikelijk, maar voor kalveren in de eerste weken is een dichte, ingestrooide vloer beter.
Afschot en afvoer
Het belangrijkste getal in dit hele artikel is het afschot. Reken op ongeveer één tot twee procent, dus één tot twee centimeter per meter, naar een goot of een put buiten de ligplek. Dat is genoeg om water weg te laten lopen en weinig genoeg om onmerkbaar te blijven voor het dier. Minder en het water blijft staan; meer en een paard staat scheef.
Laat het water niet naar de deuropening lopen, want daar loopt iedereen. Bij een rij boxen werkt een goot achter langs de stal het beste, bij een kennel een afvoer aan de buitenzijde van het ligdeel. Zorg dat de goot bereikbaar is om schoon te maken; een dichtgeslibde goot is erger dan geen goot, want dan staat het water precies op de laagste plek.
Strooisel
Strooisel doet twee dingen: het absorbeert vocht en het maakt de ligplek zacht. Welke soort past, hangt af van wat je belangrijk vindt. Stro is comfortabel en goedkoop maar stoffig, en paarden eten het. Vlas en houtvezel absorberen aanzienlijk beter en zijn stofarmer, maar duurder. Houtkrullen zijn een middenweg, mits ze ontstoft zijn. Voor een paard met luchtwegklachten is het verschil tussen stro en een stofarm alternatief soms doorslaggevend.
Belangrijker dan de soort is de dieplaag en het beheer. Een dunne laag strooisel op beton is geen bed maar een vuilnisdoek: het absorbeert niets en het paard ligt alsnog op steen. Reken op minstens tien tot vijftien centimeter in het liggedeelte, en haal natte plekken dagelijks weg in plaats van er droog strooisel overheen te gooien. Dat laatste is de meest voorkomende oorzaak van een stal die naar ammoniak ruikt.
Verschillen per diersoort
Bij kalveren telt droog liggen zwaarder dan bij welke diersoort ook. Een kalf dat nat en tochtvrij ligt, wordt sneller ziek dan een kalf dat droog en koud ligt. Strooi daarom royaal, controleer met de knietest of het echt droog is, en kies een bodem waar urine snel doorheen of weg kan. Over de isolatie van zo’n hok schreven we niet zelf, maar dit artikel over het isoleren van een kalverhok gaat er dieper op in. Hoe je zo’n box schoon houdt, staat in ons artikel over kalverboxen schoonmaken.
Onderhoud en wat het kost aan tijd
Een bodem die goed is aangelegd, vraagt daarna vooral routine. Dagelijks mest en natte plekken eruit, wekelijks de goot naschrobben, en een paar keer per jaar de matten optillen om te kijken wat eronder zit. Dat laatste wordt bijna nooit gedaan en levert bijna altijd een verrassing op: opgehoopt vocht, zand of een verzakking die je van bovenaf niet ziet.
Reken bij het inplannen op ongeveer tien minuten per box per dag voor uitmesten, en een halve dag per jaar per stal voor de grote beurt waarbij alles eruit gaat en de vloer wordt nagelopen. Wie dat vaste moment inplant, ontdekt scheuren en verzakkingen ruim voordat ze een probleem worden. Een betonvloer die begint te putten of te scheuren houdt vocht vast en is dan nog te repareren; wacht je langer, dan moet de hele vloer eruit, en dan staan de boxwanden die erop verankerd zijn ook los. Waar je bij die wanden op let, staat in ons artikel over wanden voor een paardenbox.
Let bij het schoonmaken op wat je gebruikt. Een hogedrukreiniger werkt goed op beton en klinkers, maar blaast rubbermatten los en drijft vocht in voegen. Werk met lauw water en een borstel waar het kan, en gebruik een reiniger die geschikt is voor stalvloeren. Sterk alkalische middelen tasten beton op den duur aan, en resten daarvan komen op de plek waar een dier ligt.
Bij hondenkennels is de belangrijkste vraag waar de hond ligt en waar hij zijn behoefte doet. Scheid die twee: een verhoogd, geïsoleerd ligdeel met een dak, en daarnaast een afspoelbaar deel met afschot. Een kennel waarin die twee samenvallen wordt nooit echt schoon. Meer daarover in dit artikel over een hondenkennel voor buiten en in ons stuk over een maatwerk hondenkennel.
