MT

Antislip op stalen traptreden: traanplaat, roosters en strips

Stalen leuningwerk langs een lange trap

Een stalen trap is zo veilig als zijn treden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is grip het onderdeel dat het vaakst pas ter sprake komt als er al een keer iemand is uitgegleden. Zeker buiten, waar regen, mos, blad en vorst elkaar afwisselen, is een gladde stalen trede een reëel risico. Hieronder de oplossingen die er zijn, wat ze doen en waar ze wel en niet bij passen.

Stalen trap met leuningwerk in een woning

Traanplaat: de klassieker

Traanplaat is stalen plaat met een reliëfpatroon van kleine ruitjes of streepjes. Het is verreweg de meest gebruikte oplossing voor stalen treden, en niet zonder reden: het reliëf zit in het staal zelf en kan dus niet loslaten of slijten zoals een opgeplakte strip. Het is bovendien goedkoop, en het patroon past visueel goed bij een industriële trap.

Wat je moet weten: traanplaat geeft goede grip in droge en licht natte omstandigheden, maar bij ijzel of een laagje bevroren dooiwater helpt het maar beperkt. Het reliëf is een paar millimeter hoog, en dat vult zich met ijs. Daarnaast houdt het patroon vuil vast; buiten zie je dat als een donkere aanslag in de ruitjes die met een borstel eruit moet.

Stalen leuningwerk langs een trap

Roostertreden en gaatjesplaat

Een roostertrede bestaat uit een raster van stalen strippen op hun kant, vaak met een gekartelde bovenkant. Dit is de veiligste optie die er buiten is, om een simpele reden: er staat nooit water op. Regen, sneeuw en dooiwater vallen er meteen doorheen, dus er kan geen ijslaagje ontstaan en er groeit geen mos. Voor een buitentrap naar een dakterras, een keldertrap of een bedrijfstrap is dit de standaard.

De nadelen zijn er ook. Je kijkt door de trap heen, wat niet iedereen prettig vindt en wat op een balkon of galerij een privacyprobleem kan zijn. Hakken en dunne zolen zakken erin weg. En binnenshuis oogt een roostertrede al snel als een fabriekstrap. Geperforeerde plaat, dus staalplaat met ronde gaatjes, is een tussenvorm: waterdoorlatend maar met een dichter beeld en een vlakkere loopervaring.

Antislipstrips en coatings

  • Opgeplakte antislipstrips van korrelig materiaal zijn de goedkoopste ingreep en achteraf aan te brengen. Ze slijten wel: reken op een paar jaar bij intensief gebruik, en op loslatende randen als de ondergrond niet ontvet is voor het plakken.
  • Opgeschroefde antisliprofielen van aluminium of staal met een korrelvulling gaan veel langer mee en zijn vervangbaar. De beste keuze als je een bestaande trap wilt verbeteren.
  • Antislipcoating is verf met korrels erin, aangebracht over de hele trede. Egaal, in elke kleur, maar slijt weg op de looplijn en moet dan opnieuw.
  • Rubberen matten of treden zijn stil en veilig, maar houden vocht vast tegen het staal; buiten is dat op termijn een roestprobleem.
  • Houten treden geven van zichzelf al meer grip dan glad staal, en zijn binnen vaak de prettigste oplossing.

Zit je alleen met de laatste treden, waar de meeste ongelukken gebeuren? Dan is het slim om te beginnen met de onderste en de bovenste trede. Statistisch is dat waar mensen misstappen, omdat ze daar het ritme van de trap verlaten. Een markering in een afwijkende kleur op de eerste en laatste trede helpt daar bovendien bij, zeker in een donkere hal of voor iemand die slecht ziet.

Ontwerpen voor grip in plaats van repareren

De beste antislip is een trede die van zichzelf goed loopt. Dat betekent voldoende diepte, want op een ondiepe trede staat je voet half in de lucht en dan helpt geen enkel patroon. Het betekent ook een lichte afschot naar voren van een paar millimeter bij een dichte buitentrede, zodat water eraf loopt in plaats van blijft staan. En het betekent een neus die niet uitsteekt: een overstekende trederand is precies waar een schoenpunt achter blijft haken.

Denk ook aan verlichting. Veel valpartijen op trappen zijn geen glijpartijen maar misstappen doordat het verschil tussen twee treden niet zichtbaar is. Een lichtstrip onder de handregel of spotjes in de muur doen voor de veiligheid vaak meer dan een extra antislipstrip. Over wat er verder bij een buitentrap komt kijken, schreven we in ons artikel over stalen trappen voor buiten.

Wil je antislip achteraf laten aanbrengen, dan is het meestal werk voor de monteur die de trap ook heeft geplaatst; die weet waar hij mag boren zonder de constructie te raken. Meer daarover in dit artikel over montage. En de eerlijke keerzijden van staal zetten we op een rij in dit overzicht van de nadelen.

Onderhoud bepaalt de grip meer dan het materiaal

Een roostertrede die vol blad zit, is glad. Een traanplaat waar een dun laagje algen op groeit, is glad. In de praktijk is de grootste oorzaak van een gladde buitentrap geen verkeerde materiaalkeuze maar achterstallig onderhoud. Aan de noordkant van een huis, onder een boom of naast een schutting waar weinig zon komt, groeit binnen één natte herfst een groene film die je nauwelijks ziet maar wel voelt.

Borstel de treden daarom een paar keer per jaar af met water en een harde bezem, en doe dat in elk geval eind oktober voordat het natte seizoen begint. Gebruik geen hogedrukreiniger op een gecoate trap: die blaast de coating los bij de randen. Groene aanslag haal je weg met een gewone groene-aanslagreiniger op een moment dat het een paar dagen droog blijft. En strooi in de winter zand of een zoutvrij middel in plaats van keukenzout, dat de zinklaag aantast.

Op metalentrap.nl vind je verder een artikel over industriële traptreden en een stuk over het plaatsen van een metalen trap buiten.

Misschien vind je dit ook leuk ...