Aanmaakhout is het duurste hout dat je koopt: per kilo betaal je er een veelvoud voor van gewoon haardhout, terwijl het uit dezelfde boom komt. Zelf maken is eenvoudig, kost niets en levert bovendien beter materiaal op dan de meeste zakjes uit de bouwmarkt. Hieronder waar je het vandaan haalt, hoe je het klein maakt, en welke restjes je beslist niet moet gebruiken.
Wat goed aanmaakhout is

Aanmaakhout moet drie dingen doen: snel vlam vatten, genoeg hitte geven om het grotere hout aan te steken, en dat doen zonder rook. Daarvoor heb je dun, kurkdroog hout nodig met veel oppervlak ten opzichte van de massa. Ongeveer twee tot drie centimeter dik en zo lang als je vuurhaard breed is, is de ideale maat.
Naaldhout is hier juist geschikt, terwijl het als hoofdbrandstof minder gewenst is. De hars zorgt dat het vrijwel meteen brandt en veel hitte geeft in korte tijd, en omdat het maar een paar minuten meedoet, is de extra aanslag verwaarloosbaar. Berkenbast is nog beter: die vat vlam als papier en brandt ook als hij vochtig is.

Waar je het vandaan haalt
- De buitenste schillen die je bij het kloven overhoudt: de dunne, scheve stukken die niemand wil. Klief die verder tot aanmaakhout.
- Snoeihout uit eigen tuin, mits het minstens een halfjaar heeft gedroogd. Takken van twee tot drie centimeter zijn precies goed en hoeven vaak niet eens gekloofd.
- Dennenappels: gratis, ze branden fel en ze zijn een uitstekende vervanger voor aanmaakblokjes. Wel eerst goed laten drogen.
- Schoon, onbehandeld resthout van een klus: latjes, ongeverfde plinten, stukken vurenhout. Let op dat er geen spijkers of schroeven in zitten.
- Houtkrullen en zaagsel uit de werkplaats, in een eierdoos met een beetje kaarsvet erover, maken uitstekende zelfgemaakte aanmaakblokjes.
Klein maken zonder gedoe
Voor aanmaakhout heb je geen kloofbijl nodig. Een handbijltje of een hakmes met een houten hamer werkt beter en veiliger: zet het blad op de kopse kant van het blok en tik met de hamer op de rug van het blad. Zo hoef je nooit met een bijl te zwaaien vlak bij je hand, en dat is precies waar ongelukken gebeuren.
Er bestaan ook kloofhulpen: een stalen ring of trechter waarin je het blok zet, zodat het niet omvalt en je met beide handen kunt werken. Voor wie regelmatig aanmaakhout maakt, is dat een kleine investering die het gepriegel oplost. Trek in alle gevallen handschoenen aan en werk op een stevig blok, niet op de grond of op een tuintafel.
Bewaar het aanmaakhout apart en droog, binnen of in een gesloten kist bij de kachel. Het moet droger zijn dan je gewone haardhout; als het aanmaakhout vochtig is, komt het vuur niet op gang en gaat het gedoe alsnog beginnen. De techniek van aansteken zelf staat in ons artikel over aanmaken van bovenaf.
Wat je beslist niet gebruikt
Geen geverfd, gelakt, gebeitst of geïmpregneerd hout. Geen spaanplaat, mdf of multiplex: daar zitten lijmen in die bij verbranding schadelijke stoffen vrijmaken. Geen pallets van onbekende herkomst, want die zijn vaak chemisch behandeld tegen ongedierte. Geen oude vloerdelen met lijmresten en geen laminaat.
Ook geen karton, kerstpapier of glossy folders. Papier met inkt en coating geeft bij verbranding stoffen af die je niet in huis wilt, en het vliegt bovendien brandend het rookkanaal in. Eén velletje krantenpapier om mee te beginnen is het maximum, en zelfs dat is niet nodig als je aanmaakblokjes gebruikt.
En geen aanmaakvloeistof, spiritus of benzine. Niet bij het aansteken en al helemaal niet om een vuur dat niet wil op gang te helpen; dat is de manier waarop mensen brandwonden oplopen. Wil het vuur niet, dan is de oorzaak trek of nat hout, en daar helpt geen vloeistof tegen. Welke houtsoorten zich waarvoor lenen, staat in ons artikel over houtsoorten.
Hoeveel je nodig hebt
Reken op een handvol aanmaakhout per keer aansteken, dus ruwweg tien tot vijftien dunne stukjes. Wie drie keer per week stookt over een seizoen van twintig weken, komt uit op een kleine kruiwagen vol. Dat is precies de hoeveelheid die je uit het kloven van een paar stère overhoudt, dus kopen hoeft eigenlijk nooit.
Zelf aanmaakblokjes maken
Wie toch bezig is, maakt in een halfuur een voorraad aanmaakblokjes die een heel seizoen meegaat. Neem een kartonnen eierdoos, vul elk vakje met houtkrullen, zaagsel of pluisjes uit de wasdroger, en giet er gesmolten kaarsrestjes overheen tot het doorweekt is. Laat het hard worden en knip de doos in losse vakjes.
Ze branden vijf tot tien minuten en geven genoeg hitte om het aanmaakhout aan te steken zonder dat je er nog naar hoeft om te kijken. Gebruik alleen paraffine- of bijenwaskaarsen, geen geurkaarsen met veel toevoegingen. En bewaar ze in een blik of een gesloten doos, want los in de kast worden ze plakkerig.
Nog eenvoudiger: een stuk berkenbast of een dennenappel is uit zichzelf al een aanmaakblokje. Wie tijdens een wandeling in het najaar een tas dennenappels meeneemt en die op de vensterbank laat drogen, hoeft de rest van het seizoen niets meer te kopen.
Maak het aan het einde van het kloven in één sessie, dan sta je niet elke week te priegelen. Hoe je de rest van je hout klaarmaakt en stapelt, staat in ons artikel over kloven en stapelen. Op warmtekopen.nl gaan dit artikel over de perfecte aanmaak en dit stuk over veilig omgaan met haardhout er verder op in.
