Hout kopen is verwarrend omdat er drie verschillende maten door elkaar lopen: kuub, stère en losse kuub. Wie die niet uit elkaar houdt, vergelijkt appels met peren en betaalt bij de ene leverancier twee keer zoveel per eenheid warmte als bij de andere. Hieronder wat de maten betekenen, hoeveel je per seizoen nodig hebt, en waar je bij een levering op let.
Kuub, stère en losse kuub

Een stère is een kubieke meter netjes gestapeld hout: een meter breed, een meter diep, een meter hoog, met de blokken op elkaar gelegd. Tussen de blokken zit lucht, dus een stère bevat ongeveer zeventig procent hout en dertig procent lucht.
Een losse of gestorte kuub is een kubieke meter hout zoals het uit de kiepwagen komt, dus ongeordend. Daar zit veel meer lucht tussen: een losse kuub bevat ruwweg zestig tot zeventig procent van wat een stère bevat. Vraag dus altijd of een prijs per gestapelde of per gestorte kuub is, want dat scheelt in de praktijk een derde.

Daar komt de houtsoort nog overheen. Een stère beuk weegt bij vijftien procent vocht rond de vijfhonderd kilo, een stère populier aanzienlijk minder. Wie op gewicht koopt, weet meteen waar hij aan toe is; dat is de eerlijkste maat, maar in de handel het minst gebruikelijk. Waarom soort en dichtheid zo veel uitmaken, staat in ons artikel over houtsoorten.
Hoeveel per seizoen
- Sfeerstoker, een paar avonden per maand in het weekend: één tot twee stère per seizoen.
- Regelmatige stoker, twee tot drie avonden per week van oktober tot maart: drie tot vijf stère.
- Dagelijkse stoker of wie de kachel als hoofdverwarming van een ruimte gebruikt: zes tot tien stère.
- Reken op ongeveer twee tot drie kilo hout per uur bij een kachel van vijf kilowatt die normaal brandt.
- Tel daar de tweede jaargang bij op als je zelf droogt, want dan heb je twee voorraden tegelijk staan.
Deze getallen zijn richtwaarden. Wat je werkelijk verbruikt hangt af van de isolatie van je huis, de grootte van de ruimte, het vermogen van de kachel en hoe lang je per avond stookt. De enige betrouwbare methode is één seizoen bijhouden hoeveel er doorheen gaat; daarna weet je het precies en koop je nooit meer te weinig of te veel.
Bij de levering
Laat je hout bij voorkeur gestapeld leveren, of stapel het meteen zelf op de dag van levering. Een berg gestort hout die een week blijft liggen, droogt niet en de onderste laag begint al te schimmelen. Bovendien kun je pas nadat het gestapeld is zien of je hebt gekregen wat je hebt besteld: meet de stapel op en reken terug.
Controleer de lengte van de blokken tegen de binnenmaat van je kachel voordat de wagen wegrijdt. Vijftig centimeter is standaard voor open haarden, drieëndertig en vijfentwintig voor kachels, en het verschil van een paar centimeter is precies genoeg om een blok er niet meer in te krijgen. Kijk ook naar de doorsnede: veel te dikke blokken moet je alsnog zelf kloven.
En meet het vocht. Neem een blok uit het midden van de lading, kloof het en meet op het verse vlak; de buitenkant zegt niets. Boven de twintig procent is het geen kachelklaar hout, wat de leverancier er ook van zegt. Hoe je dat verder beoordeelt, staat in ons artikel over de vochtigheid van hout.
Zelf drogen of kachelklaar kopen
Kachelklaar hout is duurder per stère, maar je hebt geen opslag voor twee jaargangen nodig en je kunt het meteen stoken. Zelf drogen is aanzienlijk goedkoper, maar vraagt ruimte, geduld en een berging die zijn werk doet. Wie de ruimte heeft, verdient een goede berging binnen een paar seizoenen terug op het prijsverschil.
De tussenweg die veel mensen kiezen: een deel kachelklaar voor dit jaar, en tegelijk een goedkopere partij vers hout dat twee jaar mag liggen. Vanaf het derde jaar draait de voorraad dan rond en koop je alleen nog vers. Wat je aan opslag nodig hebt, staat in ons artikel over de houtberging, en de afweging tussen zelf bouwen en laten maken in dit artikel daarover.
Een rekenvoorbeeld
Stel: je stookt drie avonden per week van half oktober tot half maart, ongeveer vier uur per avond. Dat zijn eenentwintig weken maal drie avonden maal vier uur, dus zo’n tweehonderdvijftig stookuren. Bij twee en een halve kilo hout per uur kom je op ruim zeshonderd kilo. Een stère beuk weegt rond de vijfhonderd kilo, dus je hebt ongeveer anderhalve stère nodig — plus marge voor een strenge winter, zeg twee.
Wie zelf droogt, heeft er een tweede jaargang naast staan en moet dus vier stère kunnen bergen. Dat is een berging van ruwweg drie meter breed, een halve meter diep en twee meter hoog, twee rijen naast elkaar. Wie dit soort sommen één keer maakt, koopt daarna nooit meer in september haastig een pak veel te nat hout.
Reken bij een open haard ruimer. Het rendement ligt daar veel lager, dus voor dezelfde warmtebeleving gaat er een veelvoud aan hout doorheen. Dat verschil zetten we op een rij in ons artikel over open haard versus houtkachel.
Een stalen opslag zelf plaatsen is goed te doen; hoe dat gaat lees je in dit stuk over een stalen haardhoutopslag zelf plaatsen.
