WK

Haardhout kloven en stapelen: gereedschap, techniek en veiligheid

Haardhout kloven met een bijl

Zelf kloven scheelt geld en het is bovendien de snelste manier om hout te laten drogen: een gekloofd blok droogt vele malen sneller dan een rond stuk stam, omdat het vocht via de open vaten aan de kopse kant en het gekloofde vlak weg kan. Wie het goed aanpakt, houdt er bovendien geen rugklachten aan over. Hieronder het gereedschap, de techniek en de veiligheid.

Zelf haardhout kloven

Het gereedschap

  • Kloofbijl: een bijl met een dikke, wigvormige kop van twee tot drie kilo. Niet te verwarren met een kapbijl, die dun en scherp is en bedoeld om dwars op de vezel te hakken.
  • Kloofhamer: zwaarder, drie tot vier kilo, voor dikke of taaie blokken. Zwaar gereedschap doet meer werk voor je, maar vraagt techniek in plaats van kracht.
  • Gestapeld haardhout
  • Kloofwiggen: voor stukken die de bijl niet aankan. Sla ze in een bestaande scheur met een vuisthamer, nooit met de bijlkop.
  • Kloofblok: een stevig blok van vijftig tot zestig centimeter hoog om op te kloven. Op de grond kloven is zwaarder en gevaarlijker.
  • Een oude autoband op het kloofblok houdt de blokken bij elkaar zodat ze niet wegvliegen; scheelt bukken.
  • Hydraulische kloofmachine: bij grote hoeveelheden of taai hout de verstandige keuze, en te huur bij de meeste verhuurbedrijven.

Techniek: laat de bijl het werk doen

De meest gemaakte fout is met kracht slaan. Een kloofbijl werkt op massa en snelheid, niet op spierkracht. Til hem recht boven je hoofd, laat hem vallen en versnel de laatste dertig centimeter licht met je armen. Sta met je voeten op schouderbreedte, houd je rug recht en je armen gestrekt op het moment van raken.

Mik op de rand van het blok in plaats van precies in het midden, zeker bij dikke stukken; je splijt er dan schil voor schil vanaf. Volg bestaande scheuren, want die geven de zwakste lijn aan. En kloof met de kopse kant naar boven zoals de boom stond, met de knoesten van je af; hout bij een knoest is bijna niet te splijten.

Kloof bij voorkeur in de winter of het vroege voorjaar. Bevroren of koud hout splijt aanzienlijk gemakkelijker dan hout in de zomer, en vers gekapt hout kloof je makkelijker dan hout dat al half gedroogd is. Meer techniek staat in dit artikel over het kloven van haardhout.

Veiligheid

Kloven is een van de weinige klussen rond de haard waarbij je jezelf serieus kunt bezeren. Werk met stevige schoenen, liefst met stalen neus, en met handschoenen die grip geven zonder dat de steel gaat draaien. Zet een veiligheidsbril op: er springen splinters, en een splinter in het oog is een spoedgeval.

Houd de omgeving vrij. Geen kinderen of huisdieren binnen een straal van een paar meter, en niemand die het blok voor je vasthoudt terwijl jij slaat. Kloof niet met een bot of beschadigd gereedschap, en controleer of de kop vastzit op de steel. Stop als je moe wordt; de meeste ongelukken gebeuren bij de laatste blokken van de dag, wanneer de techniek verslapt.

Stapelen zodat het droogt

Een goede stapel is een stapel waar lucht doorheen kan. Leg de blokken los op elkaar met ruimte ertussen, en niet als een strak gelegde muur. Zet de stapel op pallets of balken zodat de onderkant vrij van de grond ligt, en houd hem tien tot twintig centimeter van een muur af.

Één rij dik is beter dan drie rijen dik: het gaat om oppervlak dat aan de wind ligt. Oriënteer de lange zijde op de overheersende windrichting, en zet de stapel als het kan op een plek waar de zon overdag komt. Dek alleen de bovenkant af met een plaat of een smal zeil; de zijkanten moeten open blijven, anders houd je het vocht juist vast.

Zet de blokken met de bast naar boven in de bovenste laag. De bast werkt als een dakpannetje en houdt regen tegen. Meer over stapelen en de plek staat in ons artikel over het stookseizoen, en over het rekenen aan hoeveelheden in dit stuk over de vochtigheid van hout.

Wat je binnen haalt

Haal niet meer hout naar binnen dan je in een week opstookt. In gestapeld hout leven boktorren, houtwormen, spinnen en soms muizen, en die worden in een warme kamer actief. Schimmelsporen zijn een tweede punt: hout dat schimmelig ruikt, hoort niet in de woonkamer en eigenlijk ook niet in de kachel. Meer daarover in dit artikel over veilig omgaan met haardhout.

Hoe groot kloof je?

De maat van je blokken bepaalt hoe goed ze drogen en hoe goed ze branden. Voor een gemiddelde houtkachel werkt een doorsnede van acht tot twaalf centimeter het beste; voor een open haard mag het iets grover. Kleinere blokken drogen sneller en branden feller, grotere blokken houden langer stand maar smeulen eerder als ze te dik zijn.

Meet ook de lengte na op je kachel voordat je een hele voorraad zaagt. De gangbare lengtes zijn 25, 33 en 50 centimeter, en het verschil tussen 33 en 30 centimeter is precies genoeg om een blok niet meer in de vuurkorf van je kachel te krijgen. Reken op minstens vijf centimeter speling ten opzichte van de binnenmaat, zodat je het blok nog kunt draaien.

Klop blokken buiten even tegen elkaar voordat je ze mee naar binnen neemt, dan valt het losse gruis en een deel van de beestjes er buiten al af. En gebruik een mand of een rek met een bodem, zodat het gruis niet door het hele huis gaat. Welke opslag daarbij past, staat in ons artikel over haardhoutrekken voor binnen.

Misschien vind je dit ook leuk ...